| M | D | W | D | V | Z | Z |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | ||
| 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 |
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 |
| 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 |
| 27 | 28 | 29 | 30 | |||
Vanaf 2018 zal het verboden zijn in Nederland om vogels nog te leewieken. Vermoedelijk zullen de meeste Europese landen in de toekomst dezelfde weg opwandelen. Als gevolg hiervan zullen alle watervogels, maar vooral de wildvormen, moeten gehouden worden in voliéres zodat ze niet kunnen ontsnappen. Bij de gedomesticeerde soorten stelt dit probleem zich praktisch niet omdat de meesten zoniet allemaal toch bijna niet vliegen en zelfs dan zich zullen vestigen op de plaats waar ze eten en drinken krijgen zonder zich al te veel moeite moeten doen. De vraag stelt zich dan natuurlijk hoeveel liefhebbers deze toch dure investeringen zullen doen om deze voliéres te bouwen?
Het houden van de wildvormen staat sowieso al jaren onder druk, vooral door externe oorzaken. Tegenwoordig zijn er geen grote percelen meer te koop, de watervoorziening word ontzettend duur, de voeders worden duurder maar vooral is er nog weinig interesse van de jeugd voor watervogels. Zijn er nog jeugdige liefhebbers dan zijn ze meer gefocust op speciale soorten zoals toerakos, ibissen enz.
Ook word het kweken van mutaties (kleurslagen) meer en meer aanzien als een specialiteit en worden er grote bedragen betaald voor een wildvorm maar met een ander kleurtje. Ook hebben de liefhebbers van wildvormen, in tegenstelling met de liefhebbers van gedomesticeerde watervogels, zich niet gespecialiseerd. Men heeft altijd maar gekweekt en verkocht. Men heeft zich niet bezig gehouden met het opbouwen van stambomen om het behoud te verzekeren. De noodzaak was er eigenlijk ook niet, een mandarijn bracht jonge mandarijnen voort en daarmee was de doelstelling bereikt. De wildvorm was er en er werd mee gekweekt. Werden er mutaties gekweekt werden deze aanzien als het toppunt van kennis en werden zelfs gepromoot binnen de liefhebberij. De eerste witte mandarijnen werden verkocht aan belachelijke prijzen en iedereen deed mee en moest ze hebben. Zelfs gespecialiseerde verenigingen, die toch als doelstelling het behoud van de wildvormen hebben, werden er lyrisch over en ze werden beschreven in hun magazines als het hoogtepunt in de liefhebberij.
Nu ontstaan er de problemen. Bijna niemand heeft zich bezig gehouden met het zuiver houden van wildvormen en het instand houden van zuivere bloedlijnen of is er bewust naar gaan kweken. De prijs die men voor een jongdier kreeg was belangrijker als het instand houden van de wildvorm. Was dit jongdier een mutatie dan was het kassa en probeerde men deze te vermeerderen. Als men dan de kennis en de doelstellingen vergelijkt met de houders van gedomesticeerde soorten dan schieten de houders van wildvormen schromelijk te kort.
Bij de kweek van de gedomesticeerde soorten worden alleen deze dieren gehouden die de standaard zoveel mogelijk benaderen en probeert men telkens zijn eigen stam uit te bouwen om het ideaal te benaderen. Hiervoor heeft men een grote kennis opgebouwd binnen hun kringen. Voor de houders van wildvormen was en is dit geen noodzaak, men kweekt bv. mandarijnen en als deze maar gekleurd zijn als de wildvorm. Zijn ze kleiner of groter als in de natuur doet niet terzake, ze hebben de wildkleur. Komen er naderhand mutaties uit omdat de vogels split zijn dan is dit nog een gelukje omdat deze nog meer opbrengen. Gaan we op dIe ingeslagen weg verder dan zie ik de toekomst voor de echte wildvormen duister in.
Robert Vangelabbeek
| M | D | W | D | V | Z | Z |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | ||
| 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 |
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 |
| 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 |
| 27 | 28 | 29 | 30 | |||