| M | D | W | D | V | Z | Z |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | ||||
| 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 |
| 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 |
| 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 |

In de familie van de grassen is de bamboe plantkundig gezien een uitzondering. Een bamboeplant is opgebouwd uit rizomen, stengels, zijtakken, bladeren en (in mindere mate) bloemen. Door de bijzondere structuur wordt botanisch gezien gesproken over rizoom in plaats van hoofdwortel, en over stengel in plaats van stam of tak. Er zijn wel zo 1200 soorten bekend die kunnen ingedeeld worden in 2 grote groepen, de kruidachtige en de houtachtige soorten. De kruidachtige soorten worden vaak dwergbamboes genoemd en groeien als onderbeplanting in bossen.
De bamboes die je wellicht toch het meest in de tuin toepast zijn de houtachtige soorten.
De hoogste soorten (Azië) worden tot 40-50 meter hoog. Anderzijds onderscheiden we winterharde en niet-winterharde bamboes. Sommige soorten kunnen ook de strengste winters in ons klimaat overleven en ook groen blijven gedurende de ganse winter. De niet-winterharde tropische en subtropische bamboes zijn geschikt als potplant voor kamer en terras. Bamboes behoren tot de sterkst groeiende planten, enkele 10-tallen cm per dag is geen uitzondering. Het record werd opgetekend in Japan : 121 cm op 1 dag (Phyllostachys edulis).
Bamboes zijn dus houtachtige, meerjarige planten, die behoren tot de ongeveer 500 soorten uit de meer dan 60 geslachten tellende onderfamilie Bambuseae van de grassenfamilie (Poaceae). Tot de Poaceae behoren ook vele andere “nuttige” planten voor de mens, zoals rijst en de graansoorten tarwe, haver, gerst, rogge. Alle tropische bamboesoorten zijn snelgroeiende planten, die boomachtige afmetingen kunnen krijgen. De stengels zijn hol en bevatten evenals alle andere grassen knopen, waarop de bladeren vastzitten. In tegenstelling met de grassen bezitten de bamboesoorten ook vertakte stammen, die vaak op hun beurt weer vertakkingen dragen.
Winterhardheid:
Veel mensen hebben nog vaak twijfels over de winterhardheid van bamboe in onze soms strenge winters. De tropische soorten kunnen uiteraard niet de strenge vorst verdragen. Er zijn echter meer dan 150 soorten die onze gemiddelde winters goed kunnen verdragen. En er zijn zelfs soorten die met gemak onze strengste winters goed doorstaan. Jonge planten zijn altijd gevoeliger voor vorst dan oude planten. Geef dus jonge planten ook zal zijn ze zeer winterhard toch een bladerdek om de ergste kou te weren. Als de planten enkele jaren oud zijn dan is dit natuurlijk niet meer nodig. In het algemeen zijn de soorten die tot het geslacht Fargesia behoren goed tot zeer goed winterhard. Dit komt doordat de Fargesia oorspronkelijk uit de bergen in China komen waar het ’s winters erg koud kan zijn. Tot de hogere winterharde bamboes behoren de Phyllostachys bissetii, Phyllostachys nuda, Phyllostachys aureosulcata en Phyllostachys vivax soorten en meestal ook hun cultivars.
Wortelgestel – woekeren :
Het wortelstelsel van de bamboeplanten is te onderscheiden in 2 groepen. De tropische soorten behoren meestal tot de polvormende groep. De meer winterharde soorten behoren tot de groep die makkelijk lange uitlopers maakt en daardoor sterk uitbreiden. Er zijn enkele uitzonderingen zoals het zeer winterharde geslacht Fargesia dat mooie pollen vormt. Woekeraars zijn te vinden bij de lagere dwergbamboes zoals Sasa en Sasaella en bij de hogere als Phyllostachys, Pseudosasa en Semiarundinaria. Deze planten zijn ongeschikt voor de kleine tuin door hun enorme uitbreidingsdrang. Als ze toch in een kleine tuin worden gebruikt dan kunnen ze te worden ingegraven in een metselkuip, of graaf enkele kunststof golfplaten in rondom de wortels. Er mogen geen openingen blijven want de bamboe rizomen zullen er hun weg door vinden. Woekerende bamboes kunnen dus worden ingeperkt door een wortelbarrière tot 60 cm diep rond de plant in te graven. Zo voorkom je onaangename verrassingen. Laat je vooraf door specialisten goed inlichten over het groeigedrag van je bamboe!
Enkele soorten :
FARGESIA murielae ‘Simba’ Gelijkt op de soort, waaruit het een selektie is, maar is tragergroeiend. De planten zijn bossiger en hebben dus meer takken. Traaggroeiend. Zeer mooie cultivar.
FARGESIA ‘Rufa’ Zeer decoratief met lichtgroene bladeren op roodachtig verkleurende stengels. Zeer winterhard. Best halfschaduw of schaduw.
PHYLLOSTACHYS aurea: Goudgele bamboe. Groenblijvende, polvormende bamboe. Hoogte: 6-8 meter, breedte: onbeperkt. Vorstbestendige soort met opstaande, gegroefde stengels. Middelgroene bladeren en gele stengels na enkele jaren. Te gebruiken als solitair.
PHYLLOSTACHYS aureosulcata ’Spectabilis’ : Zoals bovenstaande maar met groene strepen op de ‘platte kant’ van de gele stengels.
PHYLLOSTACHYS bissetii – Groene bamboe: Zeer winterharde Phyllostachys. Groenblijvende, sterk polvormende bamboe. Hoogte 6-8 meter. Grijsachtig groene stengels, wanneer ze meer direct zonlicht krijgen, worden ze licht goudgeel. Te gebruiken als solitair. Halfschaduw en zon.
PHYLLOSTACHYS nigra Zwarte bamboe : Groenblijvende, polvormende bamboe, vergelijkbaar met Phyllostachys aurea, maar met prachtige zwarte stengels en donkerder blad.
PLEIOBLASTUS chino f. pumilus 0,4-0,7-(1) >: Bodembedekkende bamboe, snel uitgroeiend via rhizomen. Goed geschikt voor taluds. Goed winterhard. Best op een enigszins vochtige standplaats. Wanneer hij niet ‘ingesloten’ wordt aangeplant, zal hij snel gaan woekeren en grote oppervlakten bedekken.
PSEUDOSASA japonica – pijlbamboe : Vraagt zon tot halfschaduw. Sterkgroeiende soort met weelderig gebladerte. Blad glanzend donkergroen met gele middennerf, tot 30 cm lang en 4 cm breed. Stengels zijn olijfgroen.
| M | D | W | D | V | Z | Z |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | ||||
| 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 |
| 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 |
| 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 |