| M | D | W | D | V | Z | Z |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | ||||
| 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 |
| 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 |
| 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 |
Alle dieren hebben een goede huisvesting nodig. Het voordeel van watervogels is dat zij nauwelijks een hok nodig hebben. Watervogels van het Noordelijk halfrond kunnen beter tegen koude dan tegen hitte. Voor dieren afkomstig van het Zuidelijk halfrond moeten bij strenge vorst voorzorgsmaatregelen genomen worden.
Watervogels zijn echte natuurdieren en stellen geen hoge eisen aan de huisvesting. Een echt hok hebben ze niet nodig. Een laag bouwsel met drie zijwanden en een eenvoudig dak is bij zeer slecht weer al voldoende. De open zijde moet dan van de wind afstaan. Bij zeer strenge vorst kan het nodig zijn de dieren in een hok of schuur, voorzien van een dikke laag droog strooisel, onder te brengen. Ook zijn er soorten oorspronkelijke watervogels die vanuit hun natuurlijke biotoop niet in staat zijn hun poten vorstvrij te houden. Zij hebben altijd blijvend (ook bij strenge vorst) open water en/of een droog hok met dik strooisel nodig om bevriezing te voorkomen.
Schuilplaatsen:
In het perk moeten ook wat afdakjes gemaakt worden, zodat de watervogels er onder kunnen schuilen tegen zwaar weer zoals hagel, ijzel en slagregens. Als er soorten gehouden worden die niet tegen onze koude winters kunnen dan kan onder dit afdakje ook een warmtelamp worden opgehangen. Is dit het geval dan moet het afdakje dichtbij het water gemaakt worden. Voor niet winterharde soorten kan bij strenge vorst beter voor een binnenverblijf worden gezorgd. Zie ook – Omheining – overkapping
| M | D | W | D | V | Z | Z |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | ||||
| 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 |
| 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 |
| 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 |